Les 4 Spelen

Paragraaf Voortgang:

Speel Advocaatje met LH begeleiding (5 en 1) bij de dik gedrukte vingerzetting.

1 3 1 3 1 3 5
5 4 3 2 3 1

1 3 1 3 1 3 5
5 4 3 2 1

Nieuwe melodie

1 3 5 3
4 4 2
3 3 1

1 3 5 3
4 4 2 2 1

2 2 2 2 2 3 4
3 3 3 3 3 4 5

1 3 5 3
4 4 2 2 1

Drie posities
Je herkent dit liedje vast wel. Het is “Hoedje van papier”.
Speel het in de drie posities die je kent: C, G en D.

D-positie: de fis
De witte toets onder de derde vinger in de D-positie klinkt te laag.

Die toon moet dus verhoogd worden. Dat doe je door de zwarte toets rechts van de witte toets te spelen. Dat is de fis. (spreek uit: fies).

Als we vanaf les 6 met noten lezen gaan beginnen dan zetten we voor de noot een kruis (#) als we die noot willen verhogen met een halve afstand, oftewel één toets naar rechts.

 

Begeleiding
Begeleid jezelf altijd met 5 en/of 1 van je linkerhand.

Speel deze tonen bij de muzikale accenten.

Laat ze doorklinken tot het volgende muzikale accent.

 

Deze manier van begeleiden (met 1 en 5) heet een bourdon.

 

Met improvisatie
Je kunt Hoedje van papier natuurlijk ook afwisselen met een improvisatie.

Speel het liedje in de C- of de D-positie.

Improviseer in de G-positie.

Speel tot slot de melodie nog één keer in de positie waar je in begon.
Vergeet de begeleiding met duim en pink niet!

 

Met Advocaatje kun je hetzelfde doen.

Begin nu in de C- of de G-positie. Het filmpje start in de G-positie.

Improviseer in de D-positie.

Vergeet de fis niet!

C02