Les 4 Improviseren

Paragraaf Voortgang:

Je gaat een nieuwe positie aanleren: De positie van D.

Zet je duim op de d en speel met dezefde vingerzetting nu eens het liedje van Advokaatje.

De toets onder de 3e vinger klinkt anders. Dat klopt. Het moet nl de 1e zwarte toets rechts naast de f zijn.

Speel het liedje nu nog eens, maar nu met die zwarte toets.
Dit klinkt beter!
Deze zwarte toets heet fis (spreek uit: fies).

Ga in deze positie nu een eigen liedje maken.

Maak bij je improvisaties gebruik van staccato en legato. 

Wissel je posities af. Begin in de C-positie, ga naar de D-positie en dan weer terug naar C.

Dat noteren we zo:

B01
Ga op dezelfde manier ook van de G-positie naar de D en na een tijdje weer terug naar de G.
B02