Les 2 Improviseren

Paragraaf Voortgang:

In Les 1 improviseerde je in de C-positie. Dat kun je natuurlijk gewoon blijven doen. Maar je kunt ook in andere posities spelen.

Speel een improvisatie in de G-positie. De oefening is verder hetzelfde als die uit de eerste les.
Zet je rechterduim op de g. Hou je andere vingers boven de toetsen rechts van de g (a, b, c, d). Improviseer met deze vijf tonen.
Zet je linkerpink op een lager klinkende g.
Improviseer met de vijf tonen van je rechterhand. Speel met de pink en duim van je linkerhand een begeleiding.


Rechter- en linkerhand in de G-positie.

Melodie: dit is de muzikale lijn die je zou meezingen als je het muziekstukje hoort.

Begeleiding:  dit is de ondersteuning van de melodie.

Tip: Vind je het lastig om steeds een nieuw melodietje te improviseren? Begin dan eens niet met vinger 1, maar met een van je andere vingers!

Extra opdracht
Je kunt tonen niet alleen korter of langer laten klinken, maar ook harder of zachter.

Improviseer een kort melodietje van vier of vijf tonen.
Herhaal dit melodietje, maar speel het nu veel zachter, als een echo.

Italiaans
In de muziek heb je het meestal niet over hard en zacht, maar over sterk en zacht. In de klassieke muziek gebruik je daar Italiaanse woorden voor. Forte is sterk, piano is zacht.