Les 10 Improviseren

Paragraaf Voortgang:

Ook bij het improviseren is het tijd voor een volgende stap. Je gaat improvisaties spelen met de hele toonladder. Dat zijn dus 8 tonen i.p.v. 5.

Vijf vingers, acht toetsen
Er zijn allerlei manieren om met vijf vingers de acht toetsen van een toonladder te spelen.

1- Ga met je duim onder je andere vingers door om bij de hogere toetsen te komen. Dat leerde je al in les 5.

2- Wil je terug naar de lagere tonen? Ga met je rechtermiddelvinger (3) over je duim heen. Ook dat leerde je in les 5.

3- Je kunt natuurlijk je hele hand een stukje opschuiven

4- En als je een hogere toon wilt spelen, kun je ook je vingers spreiden!

De beste manier?
Wat de beste manier is, hangt onder andere af van wat je precies wilt spelen.
Bij een toonladder of een melodie die daarop lijkt, gebruik je de eerste twee manieren.

Wil je snel afwisselen tussen de eerste en de zesde toon van een toonladder, dan kun je het best je vingers spreiden.

Links
De LH gaat nu ook het interval c-a spelen.

Met links speelde je in de C-positie steeds c en g. Gebruik nu dus ook c-a. De duim van de LH gaat dus één toets naar rechts, terwijl de pink gewoon op de c blijft. Je kan ze beide tegelijk aanslaan, maar ook afwisselend.

De noten die je nu gaat gebruiken, zien er in notenschrift zo uit:

RH:
B01

LH:

B02

Filmpje: Improvisatie over de héle toonladder van C. De LH gebruikt 2 intervallen.